Lopende onderzoekstrajecten

Momenteel lopen er bij KSYOS onderzoek trajecten op het gebied van oogheelkunde, dermatologie, pulmonologie en keel/neus/oor. Deze onderzoeken worden deels gedragen door onze promovendi en stagiairs. Hieronder volgt een korte beschrijving per onderzoek.

Spring direct naar…

 

TeleOogheelkunde Onderzoek bij de optometrist

Voor veel oogaandoeningen (e.g. retinopathie, cataract, macula degeneratie, glaucoom) worden patiënten momenteel vaak naar de oogarts in het ziekenhuis verwezen. Met de toenemende druk op de gezondheidszorg moet worden gezocht naar oplossingen buiten de muren van het ziekenhuis. Optometristen zijn opgeleide paramedici, die nu al een groot deel van de fundusscreenings uitvoeren voor patiënten met diabetus mellitus. [Zorgstandaard DRP screening; NOG 2006]. Hierdoor kunnen veel DM patiënten in de eerste lijn blijven en verbetert de triage richting de oogarts. [Van der Heijden, JP & Schepers I; Teledermatologie en andere succesvolle teleconsultatie diensten in de dagelijkse huisartsenpraktijk; Bijblijven 2011] [Van der Heijden JP et al.; Teledermatologisch consult door de huisarts: betere zorg tegen lagere kosten; NTvG 2012] Mogelijk zouden de optometristen ook voor andere oogaandoeningen deze screenende functie kunnen vervullen.

Optometristen kunnen in deze studie met KSYOS een TeleOogheelkunde Onderzoek (TOO) uitvoeren in samenwerking met regionale huisartsen en oogartsen. Het TOO kan worden ingezet bij risicopatiënten voor retinopathie (non DRP), cataract, macula degeneratie, glaucoom, rood oog, droog oog en allergie.

Doel van het onderzoek

Hoofddoelstelling:

Bepalen van de inter-rater reliability van de optometrische diagnose en advies tussen optometristen en oogartsen bij het beoordelen van een TOO.

Subdoelstelling:

  • Identificeren van patiëntgroepen die in aanmerking komen voor TOO.
  • Rapporteren van prestatie-indicatoren op gebied van efficiëntie (voorkomen fysieke verwijzingen naar de oogarts) en kwaliteit (bruikbaarheid en leereffect).

 

Kwaliteit van beeld acquisitie t.b.v. TeleDermatoscopie

Dermatoscopie, ook wel ‘epiluminescentiemicroscopie’, is een niet-invasieve techniek die vaak gebruikt wordt bij het beoordelen van gepigmenteerde huidlaesies. Dermatoscopie stelt een dermatoloog in staat om niet alleen op, maar ook in de oppervlakkige huidstructuren te kijken. Via een eenvoudige, 10 maal vergrotende contactlens wordt door middel van olieapplicatie de hoornlaag doorzichtig gemaakt, waarna diverse extra criteria ter beschikking komen voor de diagnostiek. Naast olieaplicatie is de afgelopen jaren een methode ontwikkeld waarbij de reflectie van de huid wordt vermeden door toepassen van gepolariseerd licht in de dermatosocoop.

Dermatoscopie verhoogt de sensitiviteit tot ongeveer 90% en ook de specificiteit is in ervaren handen zo’n 90%.[i] Het aantal onnodig verwijderde benigne gepigmenteerde huidafwijkingen kan met dermatoscopie worden verminderd met 50%.[ii] Deze techniek verdient volgens de werkgroep Oncologie van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie dan ook een vaste plaats in de klinische diagnostiek van gepigmenteerde huidafwijkingen. Alvorens zij deze toepassen, wordt onervaren artsen sterk aanbevolen zich in deze techniek te bekwamen.[iii]

De incidentie van huidtumoren in de huisartsenpraktijk is al een aantal jaren stijgende, steeds vaker ook in combinatie met (cosmetisch) verzoek tot excisie.[iv] Echter is de diagnostiek van huidtumoren in de eerstelijn onderbelicht, zo stellen Poelman et al, die pleiten voor het structureel vergroten van dermatologische kennis onder huisartsen en haio’s.Gebruik van de dermatoscoop in de huisartsenpraktijk zou de klinische beoordeling kunnen verbeteren, onder voorwaarde van goede training in het gebruik.[v][vi]

Teledermatoscopie, de combinatie van teledermatologie met dermatoscopie, biedt hier dan ook kansen om dermatoscopie onder supervisie van de dermatoloog toe te passen in de huisartsenpraktijk.

Het is hiervoor noodzakelijk dat de dermatoscopische beelden worden gedigitaliseerd en dat deze digitale beelden eenvoudig door een huisarts kunnen worden afgenomen met een goed beoordeelbaar dermatoscopisch beeld van hoge kwaliteit als resultaat. Een recente studie suggereert dat de kwaliteit van de beelden van grote invloed is op de beoordeelbaarheid en daarmee het nut van teledermatoscopie.[vii]

Doel van het onderzoek

Hoofddoelstelling:

Vaststellen van de meest geschikte digitale dermatoscoop m.b.t. het nemen van digitale dermatoscopische beelden in de 1e lijn t.b.v. beoordeling op afstand (teledermatoscopie).

Subdoelstelling:

  • Welke digitale dermatoscoop levert de beste kwaliteit dermoscopische foto’s
  • Welke digitale dermatoscoop is het meest gebruiks vriendelijk

 


[i] Kittler H, Pehamberger H, Wolff K, Binder M. Diagnostic accuracy of dermoscopy. Lancet Oncol 2002;3:159-65.

[ii] MacKie RM, Fleming C, McMahon AD, Jarrett P. The use of the der- matoscope to identify yearly melanoma using the three-colour test. Br J Dermatol 2002;146:481-4.

[iii] Bergman W. Dermatoscopie: een aanwinst voor de klinische beoorde- ling van gepigmenteerde afwijkingen. Ned Tijdschr Geneeskd 2002; 146:1574-8.

[iv] De Jong J, Visser MR, Mohrs J, Wieringa-de Waard M. Opening the black box: the patient mix of GP trainees. Br J Gen Pract. 2011;61:e650-7

[v] Argenziano G, Puig S, Zalaudek I, Sera F, Corona R, Alsina M, et al. Dermoscopy improves accuracy of primary care physicians to triage lesions suggestive of skin cancer. J Clin Oncol. 2006;24:1877-82

[vi] Westerhoff K, McCarthy WH, Menzies SW. Increase in the sensitivity for melanoma diagnosis by primary care physicians using skin surface microscopy. Br J Dermatol. 2000;143:1016-20

[vii] van der Heijden JP, Thijssing L, Witkamp L et al.
Evaluation of accuracy and reliability of teledermoscopy with images taken by general practitioners during regular practice. J.Telemed.Telecare 2013; in press.

 

TeleMonitoring, TeleDiagnostiek en TeleConsultatie bij COPD & Astma

Chronic Obstructive Pulmonary Disease (COPD) vormt op dit moment de vierde belangrijkste doodsoorzaak wereldwijd. De gerapporteerde prevalentie van COPD in Nederland is 1.7%. Diverse studies suggereren echter dat de werkelijke prevalentie veel hoger is. COPD wordt vaak niet of verkeerd gediagnosticeerd. Een van de oorzaken hiervan is dat het afnemen en interpreteren van spirogrammen in de eerstelijns zorg lastig is gebleken. Uit het onderzoek van Thijssing et al. bleek dat huisartsen hierin door longartsen ondersteund kunnen worden middels TelePulmonologie. De inzet van TelePulmonologie bleek de kwaliteit van zorg te verhogen en onnodige fysieke verwijzingen te voorkomen. [Thijssing L et al.; Telepulmonology: effect on quality and efficiency of care, Respir Med 2014]

In een andere studie zullen patiënten met een verhoogd risico op COPD en astma op basis van data in het Huisarts Informatie Systeem (HIS) opgespoord worden. Deze patiënten zullen vervolgens opgeroepen worden voor een spirometrie test bij de huisarts. De huisarts zal door een longarts ondersteund worden in het interpreteren van de uitslag van deze test en het diagnosticeren van de patiënt middels TelePulmonologie.

Wanneer patiënten gediagnosticeerd zijn met COPD is het belangrijk dat zij hun gezondheidsgedrag aanpassen, deze zijn namelijk van grote invloed op het verbeteren van de prognose van COPD patiënten. Gezondheidsgedragsverandering is een belangrijk doel van COPD zelfmanagement programma’s. Zelfmanagement programma’s worden daarom steeds vaker gebruikt om patiënten te helpen hun ziekte beter onder controle te krijgen. Online zelfmanagement programma’s kunnen COPD patiënten leren beter om te gaan met hun ziekte. Deze programma’s kunnen, net als alle andere eHealth interventies, echter alleen effectief zijn wanneer ze daadwerkelijk gebruikt worden door de beoogde eindgebruikers. In deze studie worden daarom de determinanten van acceptatie van een online zelfmanagement programma door patiënten onderzocht. In een andere studie wordt het effect van dit zelfmanagement programma op zelfmanagement, self-efficacy en patiënt activatie bestudeerd.

 

 

TeleMedicine in KNO-heelkunde

Meer dan 5 % van de wereldbevolking heeft last van invaliderend gehoorverlies. Dit maakt dat KNO gerelateerde ziekten een belangrijke bijdragen leveren aan de wereldwijde ziektelast[i]. Gehoorverlies en otitis media bij kinderen kunnen een aanzienlijk nadelig effect hebben op hun academische prestaties, taalontwikkeling, en het sociale welzijn[ii], [iii]. Bij volwassenen is aangetoond dat gehoorverlies kan leiden tot een isolement wat resulteert in een slechte sociale participatie en minder goede kansen op de arbeidsmarkt[iv].

Vanwege de hoge incidentie van keel-, neus – oor pathologie in rurale gebieden en de slechte toegang tot medisch specialistische zorg, wordt telemedicine steeds meer toegepast in deze gebieden[v]. Een systematisch review zal de status van teleconsultatie toepassingen binnen de KNO-heelkunde door de tijd heen beschrijven, waarbij publicaties systematisch categoriseert worden op het gebied van uitkomstmaten en de wijze waarop teleconsultatie heeft plaatsgevonden.

Teleconsultatie binnen de KNO-heelkunde kan ook van toepassing zijn in streken waar afstand niet de beperkende factor is in het ontvangen van medisch specialistische zorg. Als gevolg van de vergrijzing van de Nederlandse bevolking zal de druk op de gezondheidszorg toenemen en zullen de kosten naar verwachting exponentieel stijgen[vi]. Wetende dat ongeveer een derde van de mensen ouder dan 65 jaar te kampen heeft met gehoorverlies ii vraagt om een herontwerp van zorgprocessen waarin het gebruik van teleconsultatie het antwoord zou kunnen zijn.

In een wetenschappelijke studie wordt de potentiële impact op de kwaliteit en efficiëntie van de zorg geprobeerd aan te tonen wanneer een audicien (na het afnemen van een anamnese en het doen van otoscopisch en audiometrisch onderzoek in de winkel) de KNO-arts raadpleegt middels een teleconsult i.p.v. de patiënt fysiek te verwijzen naar de KNO-arts. In een andere studie zal gekeken worden naar de kwaliteit en kundigheid van de audicien met betrekking tot het afnemen en beoordelen van otoscopisch en audiometrisch onderzoek.

Tevens zal een studie evalueren welke digitale video-otoscoop, in handen van een huisarts met minimale training in het gebruik van het apparaat, het meest gebruiksvriendelijk is. Ten tweede wordt geëvalueerd welke digitale video-otoscoop het meest geschikt is m.b.t. het nemen van digitale otoscopische video’s t.b.v. beoordeling op afstand. Als laatst wordt vastgesteld welke otoscoop het meest gebruiksvriendelijk is en hoe potentiele patiënten aankijken tegen de vervangen van een fysiek consult door een teleconsult.

 


[i] http://www.who.int/mediacentre/factsheets/fs300/en/

[ii] Ear Hear. 2007 Dec;28(6):740-53. Current state of knowledge: language and literacy of children with hearing impairment. Moeller MP, Tomblin JB, Yoshinaga-Itano C, Connor CM, Jerger S.

[iii] Pediatrics. 1998 Nov;102(5):1161-71. Language of early- and later-identified children with hearing loss. Yoshinaga-Itano C, Sedey AL, Coulter DK, Mehl AL.

[iv] JAMA. 2006 Jul 26;296(4):441-4. Reducing the burden of communication disorders in the developing world: an opportunity for the millennium development project. Olusanya BO, Ruben RJ, Parving A

[v] World J Surg 2006;30:1128–1134. Telemedicine and electronic health information for clinical continuity in a mobile surgery program. Mora F, Cone S, Rodas E, Merrell RC.

 

 

Patiënt ervaringen met TeleConsultatie ; CQ index

Sinds de invoering van de nieuwe Zorgverzekeringswet op 1 januari 2006 wordt groot belang gehecht aan het meten van de kwaliteit van zorg. Het doel van de nieuwe zorgverzekeringswet was om het zorgstelsel om te vormen van een aanbod gestuurd naar een vraag gestuurd zorgstelsel. De wensen en verwachtingen van de patiënt staan hierin centraal. De patiënt hoort zelf de keuze te maken voor een zorgaanbieder door wie hij/zij behandeld wil worden. Hierdoor wordt de kwaliteit, efficiëntie en het leveren van de zorg volgens standaard, steeds belangrijker. De Consumer Quality (CQ) Index is een gestandaardiseerde methodiek om klantervaringen in de zorg te meten, te analyseren en te rapporteren. [i],[ii]

Er zijn al verschillende Consumer Quality Index vragenlijsten ontwikkeld als algemene meetstandaard voor de kwaliteit van zorg. Dit onderzoek heeft als doel om de kwaliteitsaspecten van TeleConsultatie, als geleverde zorg, vanuit een patiënten perspectief te achterhalen. Dit wordt gedaan aan de hand van een handleiding die is aangedragen door het Centrum Klantervaringen Zorg.[iii]

Het opzetten van een CQ Index omvat 3 fases. De eerste fase bestaat uit het achterhalen welke kwaliteitaspecten voor de patiënt belangrijk is bij een TeleConsultatie. In de tweede fase van het onderzoek wordt er een concept CQ index vragenlijst ontworpen aan de hand van de resultaten uit de eerste fase. Dit concept wordt aan een aantal patiënten voorgelegd. Het doel hiervan is om te onderzoeken of de vragenlijst begrijpelijk, relevant en eenduidig is. Hierna wordt deze vragenlijst in de laatste fase gevalideerd. Dit wordt gedaan aan de hand van statistische analyses op betrouwbaarheid en interne samenhang van vragen.

KSYOS TeleMedisch Centrum voert dit onderzoek uit samen met de afdeling Klinische Informatiekunde van het AMC . De TeleConsultaties die worden meegenomen in dit onderzoek zijn: TeleDermatologie, TeleCardiogie en TelePulmonologie.

Doel van het onderzoek:

Hoofddoelstelling:

Het opzetten van de CQ index voor TeleConsultatie

Subdoelstelling:

  1. Welke kwaliteitsaspecten voor de patiënten zijn belangrijk bij een TeleConsultatie?
  2. Hoe belangrijk is elk kwaliteitaspect voor de patiënt?

 


[i] Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. Naar een meer vraaggerichte zorg. 1998

[ii] Gabel JR, Sasso ATL, Rice T. Consumer-Driven Health Plans: Are They More Than Talk Now? Health Aff (Millwood) [Internet]. 2002 Nov 20

[iii] Koopman L, Sixma H, Hendriks M, Boer D de, Delnoij D. Handboek CQI ontwikkeling: richtlijnen voor de ontwikkeling van een CQI meetinstrument. Utrecht: Centrum Klantervaring Zorg, 2011